1i2a0190 3 1350x900

Kwetsbare cultuursector verdient beter toezicht (gepubliceerd NRC)

De afgelopen weken hoorden we vanuit de cultuursector terecht forse kritiek op de regering. De kabinetsplannen voor kunst en cultuur, of liever gezegd het gebrek daaraan, hebben een schaduw geworpen over de toekomst van deze sector. Hoewel de voorgenomen btw-verhoging mogelijk van tafel gaat, krijgt de cultuursector het met de versobering van de giftenaftrek, de korting op het gemeentefonds en de verhoging van de kansspelbelasting, het nog altijd hard te verduren.

Er was één lichtpuntje temidden van al dat gure nieuws: in zijn brief aan de Tweede Kamer belooft minister Eppo Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, NSC) dat hij de komende jaren zal inzetten op beter bestuur en toezicht, met extra aandacht voor sociale veiligheid. Dat komt geen dag te vroeg, en is extra belangrijk nieuws nu er voor de sector onzekere tijden aankomen.

Als een warme winterjas

Minister Bruins wijst in zijn brief op iets wat veel mensen in de sector al langer zien: zwak intern toezicht en zwak bestuur vergroten niet alleen het risico op financieel wanbeheer, maar leiden ook tot sociaal onveilige situaties op de werkvloer. De recent door NRC aan het licht gebrachte misstanden bij ITA en theatergezelschap Likeminds – waarbij sprake was van ongepast gedrag en een onveilige werkcultuur – zijn wat ons betreft vooral de symptomen van haperend intern toezicht en gebrekkig bestuur. Bij zowel ITA als LikeMinds is door de top van de organisatie te laat en te zwak ingegrepen. 

ITA tolereerde grensoverschrijdend gedrag voor grensverleggend toneel. ‘Onze branche is verrot van binnen’

Een gevleugeld Duits spreekwoord luidt: slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding. In tijden van bezuinigingen, financiële onzekerheid en kritische publieke opinie is goed bestuur als een warme winterjas: zonder dat stevige toezicht worden culturele instellingen blootgesteld aan de wisselende winden van de publieke opinie en de politiek. Goed bestuur en toezicht zorgen ervoor dat instellingen deze komende stormachtige jaren kunnen doorstaan.

De cultuursector is extra kwetsbaar voor sociale onveiligheid door de manier waarop het werk vaak is georganiseerd. Veel culturele organisaties werken met een kleine kern van vaste medewerkers en een grote groep freelancers en tijdelijke krachten. Mede daardoor is er in de sector een groep machtige mensen (de minister noemt hen ‘poortwachters’). Die mensen bepalen wie toegang krijgt tot werk en kansen in de sector. De werkrelaties zijn vaak instabiel, met contracten van korte duur met veel concurrentie. Die constellatie vergroot de kans op afhankelijkheid en misbruik van macht.

Daarnaast hebben veel instellingen beperkte middelen en kennis om hun interne toezicht te versterken. Te veel mensen zien lid worden van een raad van toezicht of bestuur helaas vooral als een mooi erebaantje, een mooie kers aan het einde van een geslaagde carrière. En hoewel we als sector wel een code hebben, de ‘Code Cultural Governance’, is dit bij veel instellingen een papieren tijger gebleken. Veel instellingen worstelen namelijk nog met de praktische uitvoering van deze richtlijnen. Mede daarom is de belofte van minister Bruins om toezichthouders te ondersteunen in hun professionalisering zo belangrijk. Bestuurders moeten niet alleen heldere normen en kaders kunnen formuleren, ze moeten ook voldoende kundig zijn om deze toe te passen.

Onacceptabel gedrag

Sociale veiligheid moet niet pas aan de orde komen wanneer het misgaat. De minister zet terecht in op preventie – en dat is natuurlijk cruciaal. Hij wijst op het belang van vertrouwenspersonen en de rol van Mores, een vangnet en kenniscentrum waar mensen in de sector terecht kunnen met meldingen van grensoverschrijdend gedrag.

Beter nog is het als sociale veiligheid vanaf het begin verankerd is in elke organisatie. Het is essentieel dat instellingen niet alleen achteraf reageren op incidenten, maar actief een cultuur creëren waarin iedereen zich veilig voelt om problemen aan te kaarten en waar onacceptabel gedrag niet wordt getolereerd. En dat begint aan de top van de organisatie – vis rot aan de kop. Toezichthouders en bestuurders moeten nodig eens wat aan introspectie doen.

De minister kan wel richtlijnen geven en her en der steun bieden, maar de sector moet toch echt zelf de verantwoordelijkheid nemen om structurele verbeteringen door te voeren. Dat begint in iedere organisatie met een veilige en integere werkomgeving creëren. Daarvoor moeten toezichthouders zich verenigen, zich bij laten scholen en het belang van sociale veiligheid inzien. En bestuurders en toezichthouders die daar niet in meegaan, die dit werk toch meer zien als een erebaantje met weinig verantwoordelijkheid, die moeten plaatsmaken voor een nieuwe lichting.